🔗 ⚙️

Het Negativiteitsprincipe from Het Negativiteitsprincipe by Zelfhaat

Tracklist
1.Het Negativiteitsprincipe35:46
Lyrics

Waardeloos en abject vliegen de uren heen
Murw en doodgeboren met de smaak van bloed.
Het mes in mijn rug draait onophoudelijk
Op de tast wroet ik door de verzengende koude.
Wentelziek en misselijk van de zilveren pijn
Die alleen van de scherpste angels kan komen.
Vanavond regent het gal van de tegen-messias.
Gedwongen tot baden kruip ik hol en gereed.
Laat neerdalen deze vloed, dat zij vervuilt wat kuis was.
Een eenzaam verlangen schuurt over de korsten.
Waar eens leder was hangt thans een verschrompelde schil.
Apathisch wachten op verlaten eeuwen.
Gevangen in deze weidse verlatenheid van grijs gekweel en een dood land.
Gedachten en Geheugen kerven opruiende obsceniteiten in mijn schedelkorst
Terwijl het rag van het AL mij verzwachteld.
De uren en dagen zijn altijd eender, jaren volgen maar de tijd is hier dood.
Was het graf mijn rustplaats, ik zou het liefhebben.
Doch nergens is vuur of goed
Eerst en vooral alleen is er de kwelling
Zo word ik de negativiteit zelve.
Leeg en ontvormd en voor eeuwig dralend
Ketenloos en verloren in tergenis.
Gepriemd hoornvlies dat trilt van gore ontucht
Zelfs de schoot van moeder Aarde is niet meer dan een donkere koude massa van alles verslindende gedrochten.
In het tweeduister zie ik mijn gezicht
Holle oogkassen staren liefdeloos in de diepte van deze verlaten eeuwigheid
Dat nimmer meer warmte geeft of beweegt.
Twijfelachtig en bedompt is de ijle atmosfeer.
Grauw als cement dat door een onbekwaam en incompetente god langs de hemel is gelegd om de schepping voor immer zijn slappe rug toe te keren.
Er is geen rustplaats
Enkel roest van vergane glorie dat neerdaalt in mijn hart dat is vergaan tot giftig stof.
Een brandend hematoom als koudvuur
Ontmanteld de heugenis in beklagenswaardige lagen van de grijze zee.
Doch het tij keert niet in deze versteende woestenij van mijn wederkerend graf.
Vliesvlezig sikkegras dradig en danig van druipsels bevangen
Wiegt onritmisch op de pas wanneer de stappen zich onzeker zetten.
Wederom zijn het de gruizige zwachtels die mijn innerlijke kwetsuren kastijden.
Scherp zijn de korrels vleesgeworden venijn die in de wonden roeren.
Mijn kazuifel van onverhulde zondigingen hangt verloren om gebroken schouderstulpen.
Zwelgend in onrust en broodmager gaat het krankzinnige brein
Die weke brij van koortsig vlees onder het schedelbeen.
Kijvend hoon bazuint langs het betonnen zwerk
Troebel van tumoren dat eczeematig over dit land waart
Grommend guur en vijandig.
Nu dan zijn dag en nacht eender
Enkel de leegte van mijn ziel is donkerder
Meer van licht en vuur verstoken.
Zo hier een kruis stond, het zou er niet staan voor de hoop
Maar voor het wetten van de zeis dat zich scherpt aan het brokkelig steen.
De drift en de dorst rijpt in bloedvergif
De liefdeloze honger die baren moet
De met vlerken getooide kwakken bruin speeksel
Kokhalzend in de baarmoeder van rauwe angst.
Als een gesneuvelde vlag trekt de wind mij aan flarden.
Blind en huiverend, haast schaterlachend in mijn alles vermorzelende pijn
Zilver als scherven bevreemdende angels
Keer ik talmend en verwildert in deze vergetelheid
Er is niets, zelfs geen onmogelijk taak van een kwade monarch
Opgelegd om mijn vruchteloze tijd te vullen.
Geen stinkende rivier om over te steken.
Geen loutering of zintuiglijke twist.
Zelfs netelbrand in mijn hartvezels zouden een welkome prikkel zijn in deze luimloze hel.
Een eeuwige leegte naar alle kanten.
Onthemeld en onheilzwanger is deze wereld.
Stamelend door rookloze dampen
Mijn stenen lippen eten verstilde kreten van de hartmuil en korzelig hersenslijm
Opgedroogd en misschien verlamd, verstoken van begeestiging.
De gezwellen zijn reeds opengebarsten
Het pus vloeit onstelpbaar deze millennia
Als leeggewaaide openingen
De gebrandschatte grauwsels van mijn zwijgend alsem
Keert zich tegen de ruis van mijn doorregen kist met de wondenmantel gehamerd.
Verwerpelijk en zeker is de kaalslag.
Simultaan schemer en masker, stamelend.
Koud is dan de honger in poriën schamperend.
Ontlijvende aarde met stenen zegels huiverend.
Ranzig ijl en rusteloos de windloze lucht.
Dit nu is de eeuwigheid gods: hol, ontmanteld
Gelijk een bejaarde hoer die op sterven na dood
Willoos de handelingen aan knokige jaren rijgt.
Vleesloos en bedompt hol van gekeerde paringen
Sluiten de grijsheid van elkander, zuur en kil
Doch vruchteloos blijft het hier
Barensgeschuur vermenigvuldigd zich niet.
Ademloos in desolate ontbinding vreet god aan zenuweinden
Zilverkoud en breekbaar.
De vruchtkamers van excrementen hangen lillend om mijn knoken vuig van de tering.
Drijvende kromme gekapt met walmend mergpijn.
Hees en zwart verdronken gekreet luidkeels krijsend.
Kiemkrachtloze waterkoude en koppige prevel
Van een onheugelijke teljaren leger geworden hiaat
Verbaasd dat mijn voeten niet in de bodemkorst verzinken.
Met moeite slepend, voort, nimmer rustend.
Heugenissen en gevoelens huiveren slapeloos.
Gedwongen onthouding vergoten leeg het hemd.
Een wankel vacuüm hijgt pokdalig op lederen tong.
Braakliggende morsigheid, onbeteugelde littekens
Sneren nauw en woordeloos in ongestadigheid.
Kwabbige stollingen eenzelvig wisselvormig vol.
Het verspilde zaad is verwaaid stof dat elders vermalen
Moeizaam gescheiden, hier goddeloos geschapen
Vruchteloos op de tast voor een uitweg of een einde
Doch onverklaard en genadeloos als een droge bedding.
Geen panische vloed of verkoolde kalk.
Laag op laag gaan archeologische lagen van zinloosheid.
Dor in de dode mond, bedrieglijk grijs en koud
Dun nu in onmacht en huivergruw.
Nooit meer een schokkerig woord of materie.
Beteugeld buiten de tijd alsof je doodgeboren bent.
Ongelauwerd en ongerijpt, droomloos bevreemdend
Stamelend gebeden prevelend naar een horizon.
Wrak-gebalgde zwezerpuist, etterend, vergeten.
Roestgrijze stofwaan doordrenkt met koorts.
IJlend wortelloze treurstrooiingen, neerzijgend.
Het graf is zonder einde.

Credits
from Het Negativiteitsprincipe, released May 11, 2024
LicenseAll rights reserved.
Tags
Recommendations